backgroundtop
Logo van deelleboog.nl
     facebook twitter  
banner
Label DeBlessure.nl
DE ELLEBOOG / DISTALE HUMERUS FRACTUUR

<a href="http://adobe.com/go/getflashplayer"><img src="http://www.adobe.com/images/shared/download_buttons/get_flash_player.gif" alt="Get Adobe Flash player" /></a>

DISTALE HUMERUS FRACTUUR

Een breuk aan de bovenarm wordt een distale humerus fractuur genoemd, wanneer hij onder de schacht zit.

Symptomen distale humerus fractuur

Pijn, zwelling en instabiel gevoel rondom elleboog. Elleboog is moeilijk te bewegen.

Onderzoek en diagnose bij distale humerus fractuur

Lichamelijk onderzoek, specifieke testen, röntgenfoto’s

Conservatieve behandeling van distale humerus fractuur

Zelden, alleen wanneer de botstukken minimaal verschoven zijn.

Operatieve behandeling van distale humerus fractuur

Vastzetten van de breuk en zo kort mogelijk immobiliseren.

 

 

 

 

De bovenarm, humerus, is het langste bot uit het menselijk lichaam. De humerus vormt de bovenarm. De humerus is op te delen in drie delen, de proximale humerus (bovenste deel), de humerus schacht en de distale humerus (onderste deel). Het proximale deel heeft een kop (caput humeri). Deze vormt samen het de schouderkom van het schouderblad, het schoudergewricht. Onder de humerus kop ligt het collum anatomicum, de nek. Aan de zijkanten van de humeruskop zijn twee verdikkingen (tuberculum majus en tuberculum minus). Tussen deze verdikkingen loopt een groeve, de sulcus intertubercularis. Deze drie punten vormen aanhechtingen voor pezen. De pees van biceps loopt door de groeve.

De humerus schacht ligt tussen de proximale en distale humerus in. De humerus schacht is bovenaan rond van vorm en wordt naar beneden toe enigszins driehoekig van vorm.

De distale humerus is driehoekig en breed van vorm. Aan beide kanten zit er een uitsteeksel, de mediale en laterale condyl. Ook hier hechten pezen op aan. Qua gewrichtsoppervlak heeft de distale humerus aan de mediale (binnen) zijde een trochlea welke een gericht vorm met de ulna. Aan de laterale (buiten) zijde bevindt zich het capitulum. Het capitulum vormt een gewricht met de radius.

  

De bovenarm kan breken bij bijvoorbeeld een val op de arm. De breuken worden ook ingedeeld volgens bovenstaande verdeling: de proximale humerus fractuur, de humerusschacht fractuur en de distale humerus fractuur. Over de eerste twee fracturen is meer informatie te vinden op www.deschouders.nl.

Bij een distale humerus fractuur zijn er ook weer meerdere types te onderscheiden: de supra condylaire humerus fractuur en de transcondylaire humerus fractuur.  De oorzaak van een distale humerus fractuur ligt vaak in een klap tegen de elleboog of val op de elleboog. Meestal gaat het om een val op een gestrekte arm. Het eerste type komt vaker voor bij kinderen en het transcondylaire type vaker bij ouderen.

  

Symptomen bij een distale humerus fractuur

Waar de breuklijn zich bevindt is afhankelijk van de soort breuk. Bij een supracondylaire breuk bevindt de breuklijn zich boven de humerus condylen en bij een transcondylaire humerus breuk tussen de twee condylen doorlopend in één of beide condylen.

De meest voorkomende symptomen zijn pijn en zwelling rondom de elleboog. De elleboog kan vaak moeizaam bewogen worden en de huid is beschadigd ter hoogte van de breuk. De elleboog voelt vaak instabiel.

Vaak breekt de distale humerus in meerdere stukken en is de breuk complex. Wanneer er sprake is van meerdere stukken, spreken we van een communitieve breuk.


Onderzoek en diagnose bij een distale humerus fractuur

Het ontstaansmechanisme wordt in kaart gebracht middels de anamnese. Verder is lichamelijk onderzoek van belang. Zo moet er namelijk direct bekeken worden of er geen schade aan de bloedvaten of zenuwen is. Ook moet een volair compartimentsyndroom direct uitgesloten worden. Een pijnlijk spiercompartiment en strak gespannen huid door verhoogde weefseldruk is daar het eerste teken van.  Als dit niet herkent wordt kan er irreversibele schade optreden. Daarom moet men hier altijd alert op zijn.

Voor de beeldvorming wordt er gebruik gemaakt van röntgendiagnostiek om een distale humerus fractuur vast te stellen. Typisch hierbij is een fatpad sign, ontstaan door een haemarthros (bloeding).

 

Behandeling bij een distale humerus fractuur

Het gaat bij het herstel altijd om het herstellen van de normale functionaliteit van de elleboog. Hiervoor moet er kort na de breuk gestart kunnen worden met oefenen. Distale humerus fracturen kunnen zelden conservatief behandeld worden. Dit komt omdat de distale humerus gezien kan worden als een bot dat bestaat uit twee delen. Eén aan de binnenzijde en één aan de buitenzijde, welke allebei een ander gewricht vormen (humeroradiale- en humero-ulnaire gewricht).  De verbindingen (fossa coronoidea aan de voorzijde en fossa olecrani aan de achterzijde) tussen deze twee delen zijn dun. Het anatomisch herstel is dan ook lastig. Meestal moet er gebruik gemaakt worden van twee platen en twee schroeven, voor beide delen één.

Een supracondylaire humerus fractuur kan nog wel eens conservatief behandeld worden. Dit kan echter alleen als de verplaatsing minimaal is. De conservatieve behandeling bestaat uit gips. De arm wordt ingegipst met de elleboog in een hoek van 90 graden. Hierna moet altijd de bloeddruk gecontroleerd worden. De eerste 7-10 dagen moet ook de sensibiliteit matige gecontroleerd worden. Hoog leggen van de arm en koude-therapie kunnen helpen voor de pijn en zwelling. Na 2 weken wordt het gips meestal verwijderd en wordt er een brace gedragen voor 6 weken. Er moet dan wel gestart worden met oefeningen.

Er wordt echter over het algemeen operatief behandeld bij dit soort breuken. De behandeling is afhankelijk van de ernst van de fractuur. De botdelen zullen terug geplaatst en vastgezet worden en de elleboog zal snel doorbewogen moeten worden om verstijving te voorkomen. Er wordt gestreefd naar zo kort mogelijke immobilisatie.
Na de operatie worden de hechtingen na 10-14 dagen verwijderd. Met bewegingsoefeningen wordt soms als de dag na de operatie gestart. Oefeningen voor de mobiliteit moeten meerdere keren per dag uitgevoerd worden. Verder mag de patiënt de eerste 6-12 weken niet tillen met de aangedane arm. Als er sprake was van ernstige verplaatsing van de botdelen kan het zijn dat de patiënt voor langere tijd niet mag tillen. Er kunnen bijwerkingen zijn na de operatie. Zo kan de huid rondom de pink wat dof aanvoelen of kan er sprake zijn van krachtvermindering is de pols en hand. Dit wordt veroorzaakt doordat de nervus ulnaris (zenuw) tijdens de operatie gerekt is. Deze klachten zijn meestal tijdelijk.


backgroundbottom
Bronvermelding | Algemene voorwaarden

Dit is een produkt van :
Logo JH Consultancy
© Copyright JH Consultancy 2014, All rights reserved
Webdesign by : FISHTANKMEDIA.NL